‘Er ontstaat geen plastic soep als je geen plastic in het milieu gooit’

Een tijdje geleden is Leen geïnterviewd voor een verpakkingsspecial van EVMI. Lees hieronder het artikel:

“Duurzaamheid is tegenwoordig een belangrijk thema. Helaas krijgt de meest duurzame oplossing niet altijd de voorkeur. Vaak staan haalbaarheid, uitstraling of gebruiksgemak optimale duurzaamheid in de weg. Duurzaamheid en een duurzaam imago vallen namelijk lang niet altijd samen.” Aan het woord is Leen van Bochove van BVP.

“Een jong theemerk wilde een stazakje om zijn product in het schap van Belgische supermarkten te krijgen.” Aan de hand van een recente case maakt Van Bochove duidelijk welke overwegingen meespelen
bij het ontwikkelen – in samenwerking met een klant of een reclamebureau – van complete verpakkingsconcepten. “Wij hebben toen geadviseerd om een standaard PET saladebakje te kiezen met een kartonnen wikkel. Die verpakking is onderscheidender en maakt vooral een veel kleinere oplage mogelijk. Bij de introductie was niet te voorspellen dat deze thee binnen twee jaar bij 250 supermarkten in België zou liggen, maar gelukkig is deze verpakking ook een goede keuze voor grotere oplages.”
Leen van BVP

Trends in materialen

Op het moment is er een duidelijke trend richting PET/RPET (gerecycled PET). Van Bochove:“Het is goed recyclebaar en er is steeds meer food-grade recyclaat beschikbaar. Het levert een lichte en compacte verpakking op. Zo nodig is het temperatuurbestendig te maken. De productie vergt erg weinig energie. Een groot voordeel is verder, dat een PET-verpakking makkelijk een topsealing van PET-folie kan krijgen: een verpakking uit monomateriaal. Omdat het van zichzelf redelijke barrière-eigenschappen heeft, is een extra (metaal)coating zelden nodig. In een rationale duurzaamheidsafweging komt de industrie voor veel toepassingen dan ook uit op PET.”
De consument ziet dat wat anders. Dat komt door de slechte naam van kunststof in het algemeen, bijvoorbeeld vanwege plastic soep. Van Bochove: “Als een pyromaan aan het werk is, geef je niet de lucifer de schuld. Het probleem zit in gedrag, niet in het materiaal. Er ontstaat geen plastic soep als je geen plastic in het milieu gooit.” Maar goed, het imago zit PET niet altijd mee. “Dat bleek bijvoorbeeld bij een voorstel voor een nieuwe notenverpakking uit PET”, vertelt Van Bochove.“De klant zei: ‘maar we willen duurzaam’. Dat was precies de reden om het voor te stellen! Toch ging de voorkeur uit naar gecoat karton.”
De trend naar PET gaat ten koste van PP/ PS maar het werkt ook het milieuvriendelijke PLA tegen. Dit polymelkzuur is een biologisch afbreekbare kunststof gemaakt uit hernieuwbare materialen.“Dat één van onze leveranciers tegenwoordig PLA vervangt door PET voorspelt weinig goeds”, vindt Van Bochove. Maar hij begrijpt het wel: “De consument ziet het gewoon als plastic.” Dat heeft niet alleen marketingnadelen, maar zorgt ook dat het verkeerd in de afvalstroom komt. PLA kan gewoon bij het groenafval, maar als het bij het plasticafval komt levert dit grote problemen bij de recycling op. Van Bochove: “Producenten zouden er goed aan doen PLA in maar één, duidelijk herkenbare kleur te produceren.”

Karton Milieuvriendelijk

Waar PET de rationele duurzame keuze van de industrie is, komt de opmars van (gecoat) karton in productverpakkingen volgens Van Bochove eerder voort uit de duurzaamheidsperceptie van de consument.“Papier en karton hebben een tientallen jaren langere recyclingtraditie. Dat zorgt in de ogen van de consument voor een ambachtelijke uitstraling. Helaas dient dat karton in veel gevallen alleen als extra verpakking. Wil je er een product in verpakken, dan zul je het veelal met kunststof of metaal moeten coaten. Dan is het geen monomateriaal meer.”
Juist als coating op karton kan PLA, dat tot nu toe overigens geen geweldige barrière-eigenschappen heeft, een mooie toepassing hebben. “Het verbetert de recyclebaarheid van gecoat karton. PLA-gecoate kartonnen koffiebekers zijn dan ook een mooie toepassing.”

Restafval gebruiken

Echt duurzame verpakkingen hebben het tij gelukkig soms ook mee. Van Bochove heeft een mooi voorbeeld: “Dit bedrijf heeft een aanzienlijke restmateriaalstroom van groenteafval. De vraag was: kunnen we die verwerken in de kartonnen dozen waarin we onze groenten verpakken? We hebben getest en de doos is nu beschikbaar. Bijmenging van twintig procent groenteafval blijkt mogelijk. De klant kan via dit karton zijn volledige restmateriaalstroom hergebruiken.”
Nog zo’n voorbeeld van een verpakking gemaakt uit de reststroom van het product zelf is een top-sealbare Aardappelen, Groenten en Fruit (AGF) verpakking van aardappelzetmeel. “Het had aanvankelijk een melkwitte, plastic-achtige uitstraling. De toevoeging van bierbostel, een reststroom uit brouwerijen, geeft het een donkerder aanzicht en veel hoogwaardiger uitstraling. We zijn nog bezig met een biologische sluitfolie. Die zal deze toepassing helemaal afmaken.” Ook al gaan de trends naar monomaterialen en PET, een nieuw maaltijdbakje uit geschuimd geëxpandeerd polystyreen (piepschuim, EPS) gecombineerd met C-PET (gecoat PET) is desondanks populair. “Deze verpakking kost evenveel als C-PET, maar is lichter van gewicht. Het materiaal is sealbaar en zo isolerend dat je het met blote handen uit de oven kan pakken. Bovendien is het bakje twee keer zo compact als een vergelijkbare verpakking uit kartonpulp.”

De afweging voor concrete applicaties kan dus verrassend uitpakken. Uit de mix van prijs, onderscheidend vermogen, uitstraling, gebruiksgemak en duurzaamheid kan het telkens een ander aspect zijn dat voor een voedingsmiddelenproducent de doorslag geeft. Duurzaamheid speelt een rol, maar de verpakking is communicatie van het merk met de markt. In die communicatie wint een duurzaam imago het maar al te vaak van daadwerkelijke duurzaamheid. Van Bochove:“Ik zou liever een keuze voor duurzaamheid zien, gecombineerd met uitleg aan de consument.”

Tekst: Leendert van der Ent

Bron: Verpakkingsspecial – najaar 2018